Waarom snoert LinkedIn wetenschapster Karianne Boer de mond? Haar open brief over de censuur

Bijgewerkt op: 14 nov.


Geachte LinkedIn,

Op 26 oktober 2022 heb ik op het mediaplatform LinkedIn een bericht geplaatst naar aanleiding van een bericht (https://lnkd.in/eqvVvgD3) van de Deense hoogleraar Stabell Benn, dat op het moment van schrijven, inclusief alle commentaren behorende bij dat bericht, nog altijd toegankelijk is op het platform. In haar bericht schuift de professor een schatting naar voren omtrent het aantal vaccinaties dat zou nodig zijn om één ziekenhuisopname te vermijden, zijnde 57.000 vaccinaties. Binnen deze context stelt zij zich vragen over de investering van overheidsgeld in een campagne die zoveel geld kost en zo weinig resultaat oplevert. Het geld kan immers ook voor andere doeleinden aangewend worden. In reactie op haar bericht reageren verschillende commentatoren met diverse opmerkingen.

In mijn bericht haal ik enkele belangrijke punten uit het bericht van hoogleraar volksgezondheid Stabell Benn aan en licht ik juridische punten toe, zoals aansprakelijkheidsrecht, bestuursrecht, het recht op medische zorgen en fundamentele rechten. Mijn bericht ontving op amper 24 uur tijd meer dan 40.000 impressies, 765 likes, 53 commentaren en 47 reposts. Men kan dus stellen dat het bericht een groot sociaal engagement gegenereerd heeft, maar daarnaast geven de commentaren bovendien overweldigend aan dat men de nuance in het bericht enorm apprecieert en dat men mijn pogingen om de kloven tussen de diverse kampen in de samenleving te overbruggen, waardeert. Nu stel ik vast dat dit bericht van mij verwijderd werd van het platform op 27 oktober 2022 onder het mom van “desinformatie”. Verder wordt hierbij geen enkele inhoudelijke uitleg gegeven.

Ik kan mij dus niet verdedigen tegen een concrete aanklacht, want die is er niet; mijn post werd enkel een generalistisch label van “desinformatie” toegekend. Het is dan ook bijzonder moeilijk om hierop te reageren, maar ik zal dit toch trachten te doen. Één van de community guidelines luidt: “Do not share content that directly contradicts guidance from leading global health organizations and public health authorities; including false information about the safety or efficacy of COVID-19 vaccines.” Het is niet helder of de aanklacht van “desinformatie” hierover gaat, want dit is niet gespecificeerd, maar ik ga er vanuit dat het zo is, aangezien vaccinaties aan bod komen in mijn post.

Dan is de volgende vraag welk punt uit mijn bericht gepercipieerd wordt als “desinformatie”? De eerste paragraaf bevat enkel een kort biografisch stuk over de Deense hoogleraar, dus ik ga ervan uit dat dit stuk niet als “desinformatie” wordt beschouwd. De tweede paragraaf geeft de schatting van de hoogleraar weer. Hierbij maak ik meteen een nuance, die velen niet zouden maken, maar die ik vanuit mijn wetenschappelijk professionalisme wel toevoeg: “Dit cijfer schuift ze niet naar voren als absolute waarheid, maar als werkhypothese, en ze vraagt (…) om andere schattingen, liefst onderbouwd zoals die van haar.” Het lijkt mij dat deze paragraaf niet als “desinformatie” gelabeld kan worden, maar eerder een pluim voor nuance verdient. De derde paragraaf licht het begrip proportionaliteit inzake overheidsinvesteringen toe: “Welke andere zaken kunnen gefinancierd worden met dit overheidsgeld?” Vanuit bestuursrechtelijk perspectief is dit zelfs een noodzakelijke vraag: past de overheid de beginselen van behoorlijk bestuur correct toe of niet? Ook hier zie ik geen aanleiding voor het label “desinformatie” en lijkt mij deze paragraaf geen probleem te stellen.

Dan, de vierde paragraaf, is kritisch over het concept proportionaliteit in de context van het pandemiebeleid in het algemeen. Mijn stelling dat proportionaliteit de grootste afwezige is geweest in de politiek en het recht, is geen willekeurige observatie die ik eens deed na een kop koffie te hebben gedronken en mijn vinger in de lucht te hebben gestoken. Het is een vaststelling die voortvloeit uit mijn wetenschappelijk onderzoek naar het pandemiebeleid, het recht en de rechtspraak. Het is ook een conclusie die andere collega's bereikt hebben. Zo hebben 25 Belgische grondwetspecialisten op 2 november 2020 in De Standaard de ongrondwettelijkheid van de maatregelen aangekaart (https://www.standaard.be/cnt/dmf20201102_93300225). De proportionaliteit van maatregelen maakt deel uit van de grondwettelijkheid ervan, aangezien de proportionaliteitstoets beschouwd kan worden als een beginsel van behoorlijk bestuur en dit beginsel ongeschreven grondwettelijk recht vormt. Ook de Nederlandstalige rechtspraak trekt de proportionaliteit van maatregelen, zoals de COVID-19 vaccinatieplicht ernstig in twijfel en oordeelt dat de proportionaliteitstoets in de luchtvaartsector gefaald heeft: “[Betreft] [h]et doel dat KLM wenst te bereiken door van de kandidaat-vliegers een corona vaccinatie te verlangen is (…) geldt naar voorlopig oordeel dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat het middel proportioneel is.” (https://lnkd.in/gtDsRw2D). Ik doe dus geen radicale, pertinente onjuiste of wereldschokkende vaststelling, maar voeg mij bij een groep rechtsgeleerden die dezelfde conclusie bereiken.

Tot slot volgen er nog drie paragrafen die ik ook één na één zal ontleden. De vijfde paragraaf werpt de vraag op naar de bijwerkingen van het vaccin. Ik ben hier zo genuanceerd om het adjectief “mogelijk” toe te voegen, waarmee ik verwijs naar de vaststelling dat niet iedereen last heeft van bijwerkingen. Het is overigens letterlijk een commentator bij het bericht van hoogleraar Stabell Benn – wiens commentaar nog altijd publiek toegankelijk is – die zich afvraagt: “[A]ls er één ziekenhuisopname door het virus kan worden vermeden, hoeveel mensen moeten dan gehospitaliseerd worden omwille van neveneffecten?” Verdient dit punt het label “desinformatie”? Bestaat er in deze wereld één medicijn dat geen bijwerkingen heeft? Is de vraagstelling dan niet legitiem? Vanuit mensenrechtelijk oogpunt is dit kritisch vraagstuk niet optioneel. Vanuit het Verdrag van de Kinderrechten evenmin. Volwassen burgers en ouders die hun kinderen overwegen te laten vaccineren, hebben het recht om goed geïnformeerd te zijn over de werking en de mogelijke bijwerkingen van het vaccin net als van elke medische behandeling. Het stellen van de vraag hoeveel ziekenhuisopnames omwille van bijwerkingen tegenover opnames omwille van het virus staan, maakt essentieel deel uit van de overweging om al dan niet toe te stemmen in de behandeling. In principe zou elke arts de patiënt die zich wenst te laten vaccineren op zijn minst op de hoogte moeten brengen van deze kosten-batenanalyse, zowel op vlak van wat men weet als wat men nog niet weet. Het niet opwerpen van dit vraagstuk is een schending van de Wet Patiëntenrechten en een schending van het Verdrag van de Kinderrechten dat het belang van het kind altijd voorop stelt.

Ik doe geen enkele uitspraak over de vraag hoeveel en welke bijwerkingen het vaccin heeft, maar ik stel vanuit juridisch perspectief louter de vraag hoeveel ziekenhuisopnames tegenover elkaar staan. Als dit “desinformatie” is, dan is schijnbaar iedereen op LinkedIn welkom, behalve sommige academici die oncomfortabel wetenschappelijk onderzoek verrichten naar de mensenrechten.

De zesde paragraaf verruimt het debat met een vraag die nog niet of zelden gesteld werd: moeten mensen die toch gevaccineerd willen worden, hiertoe de gelegenheid krijgen? Deze vraag verruim ik in de volgende paragraaf naar de vraag wie dan aansprakelijk is als er toch vaccinatieschade optreedt. Hierbij hanteer ik het perspectief van enerzijds aansprakelijkheidsrecht en anderzijds fundamentele rechten. Ik schrijf: “Binnen deze context kan de vraag luiden: als iemand willens nillens een product consumeert waarvan het beschermend effect inferieur zou zijn aan het risico op schade, en schade oploopt, waarom zouden andere burgers daar dan belastinggeld voor moeten ophoesten?” Merk op dat het in de rechtsgeleerdheid de normaalste zaak van de wereld is om hypothetische vragen te stellen. Wij geven dat dan aan door de conditionele wijze te gebruiken, in dit geval “zou”, in plaats van iets als een absolute waarheid te poneren. De vraag is een puur juridische vraagstelling die geen enkele uitspraak doet over feiten of mogelijkheden poneert als een feit. Het is een pertinente vraag die ook gesteld had kunnen worden over bijvoorbeeld Softenon: op het moment dat geweten was en publiekelijk gecommuniceerd was dat het ernstige bijwerkingen voor de baby kon veroorzaken, had de publieke gezondheidszorg dan moeten opdraaien voor de levenslange kostelijke gevolgen? In ieder geval is de vraag zelfs geen hypothetische vraagstelling in de Amerikaanse staat Florida, waar General Surgeon Lapado het vaccineren van mannen onder de veertig jaar heeft afgeraden na experimenteel onderzoek. Toegepast hierop kan de juridische vraag gesteld worden: “Gegeven wat de General Surgeon gecommuniceerd heeft, en een Floridaanse man van bijvoorbeeld 35 jaar zich toch laat vaccineren, en vervolgens een gezondheidsprobleem ervaart na vaccinatie, dat bovendien door artsen gelinkt wordt aan het vaccin, wie is dan aansprakelijk en dienen de zorgkosten dan betaald worden door de overheid of de patiënt zelf?” Dit is een juridische vraag, niet meer en niet minder, en dit labelen als “desinformatie”, indien dat het geval zou zijn, is niet louter een verkeerde interpretatie, het is een frontale aanval op de rechtsgeleerdheid.

Tot slot vermeldt de laatste paragraaf ook dat in de voorbije jaren verschillende mensen hard riepen om niet-gevaccineerde mensen te discrimineren in hun toegang tot de gezondheidszorg. Ik schrijf: “Sommigen scandeerden zelfs dat personen die de splinternieuwe biotechnologie weigerden, geen recht zouden hebben op medische zorgen. Gewetensbezwaarde patiënten werden beschimpt, uitgescholden, en soms onder misleiding of dwang ingespoten en zelfs van transplantatielijsten geschrapt.” Zijn er elementen in de laatste zin die als “desinformatie” gebrandmerkt kunnen worden? De verwijzing naar inspuiting onder dwang of misleiding heeft te maken met mijn kennis van praktijkgetuigenissen, waar bijvoorbeeld cliënten aan hun advocaat duidelijk maken dat hun grootmoeder werd gevaccineerd tegen haar wil en de huisarts schertsend antwoordde: “Tja, wat er in zit, kan er niet meer uit, hè.” Daarnaast werden bijvoorbeeld mentaal gehandicapte personen ingespoten, soms onder dwang. Australië bracht zelfs een handleiding voor inspuiting onder dwang uit, waarbij sedatie voorafgaand aan de inspuiting werd aanbevolen. Dit zijn voorbeelden van inspuiting onder misleiding of dwang, en ik verwacht eind 2022 – 2023 de eerste rechtszaken in België omtrent deze praktijken die een flagrante schending van de Wet Patiëntenrechten en de mensenrechten vormen. Ook hierin zie ik dus geen elementen van “desinformatie”. Waar eindigt “desinformatie” en begint de monopolisering van het debat rond het pandemiebeleid en de installering van een samenleving waarin een elitaire groep mensen bepaalt wat de waarheid is?

Misschien is de belangrijkste punt van mijn bericht dat ik pleit voor het recht van bijvoorbeeld de hierboven aangehaalde mannen in de staat Florida om niet zelf te moeten opdraaien voor eventuele kosten voor gezondheidszorg ten gevolge van vaccinatieschade. Ik houd een pleidooi voor ieders fundamentele rechten en sluit af met de boodschap: “Oog om oog, tand om tand is niet de weg.”

Terugblikkend op de bovenstaande analyse kom ik tot het besluit dat mijn bericht kritisch maar genuanceerd en onderbouwd is. Schijnbaar denken sommige mensen daar anders over en werd mijn bericht genadeloos gecensureerd. Dit voorval en de algemene vaststelling dat platformen zoals LinkedIn worstelen met de tegenstelling tussen online veiligheid en de vrije meningsuiting maar hierbij steeds meer de voorkeur lijken te geven aan eerstgenoemde, waarbij het concept veiligheid gemonopoliseerd wordt door idiosyncratische definities van het begrip “desinformatie” en een daaraan gekoppelde machtsdynamiek die zelfs Michel Foucault niet had kunnen bedenken, geven mij steeds minder zin om op LinkedIn aanwezig te zijn en hier bijdragen te leveren die gemiddeld ettelijke tienduizenden mensen bekijken. Als vrijwillig wetenschappelijk medewerker geaffilieerd met het Fundamental Rights Research Centre van de Faculteit Rechten van de Vrije Universiteit Brussel is het mijn professionele verantwoordelijkheid en morele plicht om onderzoek te doen naar schendingen van fundamentele rechten en de impact van maatschappelijke en (bio)technologische ontwikkelingen op die rechten te analyseren. Hieruit vloeit voort dat ik kritische vragen stel en hypothetische juridische situaties onderzoek. Zelfs mijn vijanden, als ik die al zou hebben, zullen mij moeten nageven dat ik een onderbouwd denker ben en geen extreme standpunten inneem. Als mijn stem verdwijnt van dit platform, hetzij door mijn posten te censureren en mij weg te drijven, hetzij door mijn profiel te verwijderen, wat betekent dit dan? De polarisatie in de maatschappij is enorm sterk toegenomen in de periode 2021-2022 en stemmen zoals die van mij trachten op kritische wijze, zonder te verzanden in samenzweringstheorieën, niet onderbouwde stellingen of haatdragende boodschappen, het beleid aan de kaak te stellen. Het verlies van mijn stem is een verlies voor de maatschappij in zijn totaliteit en daarom vraag ik aan LinkedIn het herstel van de zichtbaarheid van mijn boodschap, die een bijdrage vormt aan de verzoening van de samenleving.

Karianne J.E. Boer



405 weergaven1 opmerking

Recente blogposts

Alles weergeven