top of page

Oorlog tussen Neoliberalisme en Democratie


Met de toegenomen invloed van Centrale Banken, de EU, lobbygroepen en instanties als het WEF op nationale regeringen, worden nationale democratieën aantoonbaar uitgehold. Dat blijkt uit een groeiende berg publicaties waarvan een aantal in dit artikel worden genoemd. Dit leidt tot de vraag of neoliberalisme en democratie nog wel bij elkaar passen en zo nee, waarom niet (meer).


In hun kern verschillen neoliberalisme en democratie enorm


Momenteel is er een debat gaande over de vraag of kapitalisme – in de huidige vorm van neoliberalisme - verenigbaar is met democratie en vice versa. Het debat is actueel vanwege de vele schendingen van democratische (grond-)rechten door westerse regeringen tijdens - en na - de coronapandemie.


In hun kern verschillen democratie en neoliberalisme enorm. Een democratie is gebaseerd op de beginselen van gelijke rechten, kansen en plichten voor iedereen ondanks een altijd tussen mensen aanwezige mate van economische en sociale ongelijkheid (van bezit, materiele en financiële rijkdom, macht en levenskansen).

In het traditionele kapitalisme zoals ontstaan in het feodale tijdperk, wordt het democratische principe zelden als acceptabel beschouwd. Volgens Wolfgang Merkel – professor in de politicologie - is de volledige implementatie van democratische besluitvorming – inclusief brede maatschappelijke betrokkenheid, bescherming van minderheden, stemrecht voor alle maatschappelijke groeperingen en toetsing van regeringsbesluitvorming door een parlement, niet mogelijk onder de voorschriften van het kapitalisme. Hij zet dit uiteen in dit essay in het Tijdschrift voor Politieke Wetenschap.


De mooiste tijd van harmonie tussen kapitalisme en democratie; De Koude Oorlog (1947-1991)


Professor in de Sociologie Gary Teeple bracht in het jaar 2000 zijn studie uit naar de effecten van globalisering op de westerse verzorgingsstaat. In “Globalization and the Decline of Social Reform” legt hij uit dat de westerse verzorgingsstaat al af werd gebroken vanaf het moment van het uiteenvallen van de USSR in 1991.

De USSR stond voor een communistisch wereldbeeld en het Westen voor een kapitalistische maatschappijvorm. Om te voorkomen dat teveel inwoners van het Westen zouden gaan hunkeren naar een klasseloze maatschappij zoals in de USSR, moest er een tegenwicht voor het communisme worden opgetuigd in het Westen. Dat werd de Verzorgingsstaat die “van de wieg tot het graf” haar burgers goed zou bedienen met een sociale democratie waarin zaken als pensioenen, bijstand en WW uitkeringen, alsmede ziektewet en sociale verzekeringswetten in het leven werden geroepen. De kosten daarvan zouden worden verdeeld tussen de staat en het bedrijfsleven.

De blauwdruk voor die sociale democratie werd ontwikkeld op verzoek van de Verenigde Staten door de Engelse econoom John Maynard Keynes en vervolgens gedistribueerd over de westerse wereld vanaf 1947. Maar dat ging in de jaren ’90 van de vorige eeuw weer mis door het uiteenvallen van de USSR, de toename van globalisering en vervolgens de opkomst van het neoliberalisme.


Nederland; van “Vadertje” Drees (1947) tot Ruud Lubbers (1982-1994)


Willem Drees was de initiator van diverse nieuwe sociale wetten in naoorlogs Nederland. Als minister van Sociale Zaken legde hij in 1947 - met de Noodwet Ouderdomsvoorziening - de grondslag voor de verzorgingsstaat in lijn met het Angelsaksische gedachtengoed van Keynes. Voor de uitkeringen volgens de Noodwet had niemand premies betaald. Het was in feite het door de Bond voor Staatspensionering bepleite staatspensioen, betaald uit de belastingen.


Vanaf de jaren zeventig kwamen de verzorgingsstaten onder toenemende politieke druk van neoliberaal denkend rechts. Begin jaren tachtig kwam de Nederlandse verzorgingsstaat in crisis en zou het systeem onhoudbaar zijn geworden.

In 1983 bereikte de Nederlandse werkloosheid het hoogtepunt van ongeveer 11% (800.000 personen). Deze hoge werkloosheid veroorzaakte hoge sociale uitgaven, terwijl de belastingopbrengsten juist terugliepen door het lage aantal werkenden. Hierdoor liep het begrotingstekort in 1982 op tot 10,7% van het bruto nationaal product (bnp).


Om de crisis van de verzorgingsstaat te bezweren hervormden de kabinetten-Lubbers (1982-1994) de verzorgingsstaat ingrijpend. De lonen werden gematigd, ambtenarensalarissen en het minimumloon werden met 3% verlaagd en de uitkeringen werden met zo'n 15% verlaagd. Daardoor werden de loonkosten verlaagd en konden bedrijven meer personeel aannemen, zodat de werkloosheid kon dalen.


Uitbouw van het neoliberalisme vanaf 1993 leidde tot afbraak van de democratie


Begin jaren ’90 van de vorige eeuw begonnen ook leiders van sociaal democratische partijen in Europa het neoliberalisme te omarmen. Minister President Wim Kok noemde dit “het afschudden van de ideologische veren (van het socialisme)”. Kees van Kooten en Wim de Bie vatten deze ontwikkeling in Nederland schitterend samen in deze video; https://www.youtube.com/watch?v=IJWq9nUhfMI In de VS werd het “afschudden van de ideologische veren” toegejuicht door president Clinton, in het VK door Tony Blair en in Duitsland door Helmut Kohl.

Het is algemeen aanvaard dat sinds de neoliberale kapitalistische trend is begonnen, democratieën hebben geleden onder de aanwezigheid ervan. De macht van bepaalde mensen en bedrijven is tot zulke hoogten gegroeid, dat andere groepen in de samenleving in feite worden onderdrukt sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw. Die onderdrukking gaat allang niet meer alleen over de vroegere “arbeidersklasse”. Inmiddels heeft ook de “middenklasse” de harde tucht van deze trend gevoeld.

Er is steeds meer bewijs dat een toename van sociale en economische afstand bij de lagere en middelste sociale klassen leidt tot een afname van de politieke participatie en het stemmen op de verkiezingsdag (Weßels, 2014). Dit leidt op zijn beurt tot minder vertegenwoordiging van deze klassen in het parlement. Dit wordt bevestigd door deze studie van het Clingendael Instituut. Het is van cruciaal belang dat ook de lagere en middenklasse vertegenwoordigd zijn in een regering, omdat zij degenen zijn die over het algemeen de meeste negatieve effecten van het neoliberalisme ondergaan.


Hoogleraar economie Noreena Hertz voorzag in 2001 waar we nu staan


In 2001 – een jaar na het boek van Prof. Gary Teeple - bracht Noreena Hertz haar boek “The Silent Takeover – Global Capitalism and the Death of Democracy” uit. Dit boek is een meesterwerk qua analyse en voorspellingen over de resultaten van zowel neoliberalisme als globalisering. Twee thema’s die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Aan de hand van verifieerbare voorbeelden toont Herz aan hoe de grootste multinationals – vooral uit de VS en de EU – de politieke agenda van het westen bepalen en hoe zij politici zover krijgen om de bedrijfsbelangen boven die van het electoraat te stellen. Uitgebreid behandelt ze het lobbywerk via het Amerikaanse Congres en de EU, alsmede nationale parlementariërs. Maar ook de omkooppraktijken van politici, de banen carrousel tussen politiek en bedrijfsleven en de invloed van multinationale belangenorganisaties als de Trilaterale Commissie, de Wereldhandelsorganisatie (WTO), het IMF en het WEF. De rol van George Soros en Bill Gates bij de totstandkoming van een Nieuwe Wereldorde wordt al uitgebreid in dit boek (2001!) besproken.

Kritieken uit de begintijd van het boek zijn negatief en bestempelen het vaak als één grote complottheorie. Recentere reviews zijn opmerkelijk positief. Niet vreemd aangezien alle voorspellingen uit 2001 in dat boek helaas zijn uitgekomen.

Afbraak van de Keynesiaanse - naoorlogse – verzorgingsstaat en afbraak van de westerse democratie zijn de centrale uitkomsten van het boek en de neoliberale agenda. Onze regering werkt daar – in EU verband – hard aan mee. Het tempo van vrijheidsberoving in ons land is niet meer bij te houden. Het parlement onderneemt daar niets tegen.


Gebrek aan vertrouwen in de politiek = groei van maatschappelijke onvrede, onrust en extremisme


Die afbraak van de verzorgingsstaat, gereduceerde rol van vakbonden, schending van democratische grondbeginselen, schending van artikelen uit de Grondwet, niet nagekomen politieke beloftes, aantoonbaar liegen door politici, polariseren van de Nederlandse samenleving door uitspraken van ministers als Hugo de Jonge en het gevoerde coronabeleid, hebben het vertrouwen in de politiek opgeblazen. Niet verminderd, maar opgeblazen.

In mei 2023 heeft nog slechts 21% van alle Nederlanders vertrouwen in de huidige politici, aldus dit CBS rapport. Maar Nederland is niet het enige land met deze dramatische cijfers. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor het VK waar slechts 20% regering en parlement nog vertrouwd. Of België waar slechts 11% nog vertrouwen heeft.

Dat gebrek aan vertrouwen zoekt verschillende uitwegen. In Nederland zagen we de opkomst van politieke alternatieven als Pim Fortuyn. Later gevolgd door Forum voor Democratie, JA21, BVNL, BBB en Volt. Daardoor raakte het politieke speelveld verder versplinterd en dus democratisch minder effectief.

Erger nog is de verdere verruwing van de samenleving en toename van het “anti-institutioneel extremisme” zoals beschreven door de AIVD. Een vorm van “extremisme” dat feitelijk door de huidige politiek zelf wordt veroorzaakt. Allemaal zaken die de gezondheid, productiviteit en groei van onze samenleving schaden.


Waar liggen de oplossingen?


De problemen met de teloorgang van democratie, afbraak grondrechten, afpakken van bezittingen en vermogen van particulieren, zijn het gevolg van doorgeschoten neoliberalisme; een vorm van kapitalisme dat de superrijken der aarde prima bevalt, maar de meerderheid van westerse burgers niet. Het voert tot wantrouwen en een groeiende neiging tot anti-institutioneel extremisme, ofwel; het ondermijnen van vertrouwen in instituties en processen.


De AIVD benoemt het anti-institutioneel extremisme nèt iets anders, namelijk; “ het ondermijnen van vertrouwen in democratische instituties en processen, zoals de overheid, politie en media. Laat het probleem van extremisme nu juist veroorzaakt worden door een toenemend gebrek aan democratie binnen de bedoelde instituties. De AIVD moet wat neutraler in deze discussie gaan staan en ook de zorgen en het wantrouwen van de bevolking meenemen in haar rapporten.

Maar de oplossingen liggen zeker niet alleen bij een neutralere opstelling van de AIVD in deze maatschappelijk discussie.


Een eerste zet naar een (ver-)beter(d) Nederland begint bij een forse stap richting onafhankelijkheid van supranationale organisaties als VN, EU, ECB, WHO, WTO, WEF etc. Dus een Nederlandse politiek die weer zelf leert te denken vanuit eigen perspectief en niet klakkeloos kopieert wat die supranationale organisaties voor hen hebben uitgedacht.


Genoemde organisaties mogen allen hun belang en nut voor ons land hebben, maar op een secundaire plaats en niet een primaire. De weerstand tegen die New World Order van supranationale clubs kan overgaan in maatschappelijk- en anti-overheidsgeweld als er geen grenzen aan hun macht worden gesteld. Nederlanders zijn immers niet gewend aan politieke onderdrukking zoals dat in totalitaire systemen als de USSR, Noord-Korea, Nazi Duitsland, of China gebezigd is. Daar willen we helemaal niet mee vergeleken kunnen worden!


Wij delen al een tijdje artikels van de auteur Twan Houben die ook verschijnen op zijn LinkedIn pagina. Hij zal in de toekomst als extra nog meer diepgaande dossiers brengen, waar hij zijn kritische visie onderbouwd zal meegeven.





306 weergaven2 opmerkingen
bottom of page